EINDSPEL | LEVENSEINDE GESPREKKEN

Laatste verlanglijst
nu echt leeg

De uitvoering van die Zauberflöte was geweldig. In de Werkspoorkathedraal. Wat ik al dacht: in een oud, groots en prachtig industriecomplex in onbekend Utrecht. De uitvoering was een kolfje naar mijn hand. Als ik een perfecte, klassieke uitvoering wil beleven, draai ik wel mijn CD’s. Deze uitvoering was een gedurfd organisch samengaan van deze mystieke opera en het Requiem van Mozart. Ik was samen met Annet, die evenveel genoot.

Mijn laatste verlanglijst is nu leeg. Wat gebeurt er dan? Maakt dat me blij? Nee, ik was de volgende dag juist een beetje ‘down’. Meteen weer opvullen? Nee, dat ga ik niet doen. Ik heb natuurlijk wel verlangens. Zo zou ik graag in mei 2019 de uitvoering van Mahler3 mee maken, met de magistrale pauken in de laatste maten… En zo kan ik nog wel een paar verlangens opnoemen. Lijkt me leuk om volgend jaar naar Denemarken op vakantie te gaan. Ik wil ook graag de promotieceremonie van mijn dochter mee maken. En met mijn zoon nog een keer naar Ajax. En aanwezig zijn op het trouwfeest van zoon en aanstaande schoondochter. Maar om dat nou op mijn laatste verlanglijst te zetten. Nee. Wat is dan het verschil? Dat weet ik niet, maar dat er verschillen zijn, dat is me duidelijk. Ik had ook de aanvechting om nóg een keer te gaan. Ik heb her en der geïnformeerd en er is in mijn omgeving interesse om me weer te vergezellen. De kleine wil wil wel. Maar ergens klopt het niet. Het diepe verlangen is vervuld. Los laten. Los.

Kan ik nu dood gaan? Ik maak er wel grapjes over. “Praat niet zo”, zei jonge Kim vandaag. Ik wil niet dood, want ik heb nog wat te doen. Aangespoord door de volgende oproep van Greet op de Beeck:

Laten we durven

“Laten we graag zien1“ (Vlamingen brengen zó onder woorden dat we moeten liefhebben, AB) omdat we dat kunnen, en leven – voluit en gretig – omdat wij dat mógen en het daarom dubbel zo goed moeten doen.
Laten we beter leren weten, niet meer morsen met de dagen die al die anderen, daar, zomaar, opeens zijn kwijtgeraakt.
Laten we geen engelen zijn, maar als het kan toch ook geen duivels.
Laten we mensen zijn. En helemaal onszelf worden, niet wie we denken dat anderen wilden dat we waren.
Laten we moed houden, durven wankelen en redden wat er te redden valt. Onszelf bijvoorbeeld, en mekaar.
Laten we stoppen met hopen en doen wat moet gebeuren om het te doen gebeuren, en mild zijn voor wie dat nog niet kan.
Laten we ze openlaten: onze deuren, onze armen, onze geesten.
Laten we pantsers afleggen, en het en de andere tegemoet treden, telkens weer. Laten we slapende honden keihard wakker maken. Blijven geloven in dromen die ook uitkomen. Veel verwachten, genoeg spijt hebben, in zeven sloten tegelijk lopen, alle dingen aankijken, ook dat wat ons verontrust.
En laten we minachting koesteren voor de hopeloosheid, weten wat we waard zijn, onszelf gunnen wat we verdienen, want dat is vaak meer dan we geneigd zijn te denken. En laten we begrijpen wat de liefde is, onthouden dat dat alles is, of toch bijna. Laten we durven. Ja.”

Dus ga ik cultureel ondernemen: wat mij betreft ga ik ‘in den lande’ bijeenkomsten faciliteren rondom ‘voltooid leven’. Als dan de laatste verlanglijst voorbij komt, dan kan ik verhalen hoe dat mij is vergaan. En hoe het is, als voltooid niet klaar is……

 

‘Bucketlist’ klaar.

Er stond niet veel op mijn ‘bucketlist’. En dat is niet, omdat ik het een vervelend woord vind. Niet te vertalen. Waslijst? Nee. Verlanglijst? Nee. Laatste verlanglijst? Kan er mee door.

Op mijn laatste verlanglijst stond maar één ding. Een sterk verlangen om ééns de opera van Mozart, die Zauberflöte, opgevoerd te zien. Twee jaar geleden was ik in Salzburg. Maar deze opera stond toen niet geprogrammeerd. Ik was er ook niet om die reden. Als die Zauberflöte geprogrammeerd was, had ik hemel en aarde bewogen. Had ik kosten noch moeite gespaard. Dan was niets teveel of te gek geweest. Ik ken mezelf.

Ik ben geen operafanaat. Ik ken twee opera’s goed en die vind ik prachtig. Zo heb ik ‘Orpheo et Eurydice’ van Gluck in drie verschillende uitvoeringen gezien. In de tuinen van Soestdijk zelfs twee keer. Zo mooi. Ook de gestileerde uitvoering in de Stopera betoverde. Ze hebben nooit op mijn verlanglijstje gestaan. Ze kwamen gewoon voorbij. Die Zauberflöte niet. Die prijkte er wél op.

En toen las ik dat deze opera binnenkort wordt uitgevoerd op locatie. In de Werkspoor–kathedraal. Had ik nooit van gehoord, maar ik heb daar een beeld bij: mooie nagalm en oud gestaald werktuig. Ben benieuwd, maar dat duurt nog een paar weken.

Toen ik de reclame las, werd ik paniekerig en hebberig. Opera is altijd snel uitverkocht. Snelheid was dus geboden. Ik nam hooguit tijd om gezelschap te polsen. Wil er iemand mee? Wie wil ik mee? Vriendin houdt niet van gezang. Dochter heb ik te vroeg meegenomen naar een opera van Verdi. Na de eerste pauze was ze op weg naar huis. Ze aarzelde nu ook te lang…

Als het om een item op mijn laatste verlanglijst gaat, dan wil ik dat een eventuele metgezel evenveel geniet als ik. Het mag vooral geen afbreuk doen aan mijn genieten. Ik heb zelfs Karin gepolst, mijn eerste liefde. We waren kleuters en dol op elkaar……en zijn dat nog…maar ik wist helemaal niet of ze opera kan velen. Ik moest aan de film ‘pretty woman’ denken, waarin schatrijke Richard Gere zijn chaperonne mee nam in zijn wereld: die van de opera. Karin huiverde begrijpelijk een beetje omdat ik eisend leek: genieten zul je!

Dus alléén een kaartje voor mezelf.

Ik dacht later dat zo’n allééngang ook wel kloppend was. Uiteindelijk is de laatste verlanglijst in het kader van afscheid van het aardse leven. Het is een cliché dat je alléén wordt geboren en alléén dood gaat. Dus alléén. Totdat ik het afvinken van mijn verlanglijst vertelde aan Annet, een vriendin. Ik bespreek EINDSPEL makkelijk met haar. Ze heeft recent weer mee gedaan en was een motor achter de eerste groep. “Je hebt mij niet gevraagd!” Bij film zou ik meteen aan Annet hebben gedacht, bij opera niet. Weer wat ontdekt! Dus ben ik nu een tweede kaart aan het bestellen.

Wat staat er weinig op mijn laatste verlanglijst. Niets meer. Ach, ik heb wel verlangens. Alledaagse. Maar blijkbaar is een ‘bucketlist’ van een andere orde. En ik heb ook een beeld van mijn sterven en uitvaart. Ik heb uiteindelijk 11 groepen mogelijk gemaakt. Ik voel me geen expert en weet……ik kan nog zoveel willen, het is laveren tussen willen en overgave.

Ik voel me gezegend. Zo had ik een gegeven moment in mijn leven een sterke reisbehoefte. Toen kwamen er facilitatie-opdrachten op Borneo en in Costa Rica, om maar wat te noemen. Werken, bidden, lachen en verwonderen of zoiets. Ik ben dankbaar. En hoef niets meer. Niets? De aanstaande uitvoering van die Zauberflöte wordt gecombineerd met het Requiem………….

Adriaan, vrijdag de 13e (juli)

 

‘Voltooid of niet voltooid, dat is maar de vraag’

Binnenkort, op 4 september, is de eerste ‘try-out’ van een samenkomst over voltooid leven.

Maar er was bij mij gerede twijfel. Ga ik dat wel of niet organiseren? Een moedige man vroeg vorige week door: “waarom wil jij méér?”. Nico respecteert mijn initiatieven, daar ging het hem niet om. Maar hij is oprecht geïnteresseerd in mijn drijfveren. Waarom wil ik méér? Eindspel uitrollen. In de schijnwerper komen met ‘voltooid leven’? Waarom? Een andere vriend, Johan, suggereerde: “waarom ga jij niet de bocht om?” Hij ervaart de nieuwe lichtheid van zijn bestaan, nu hij de bocht om is en een arbeidzaam leven heeft afgesloten, via het nemen van een bocht. Dat gunt hij mij ook, met mijn leeftijd en restverschijnselen van de hersenbloedingen. Ik ging reflecteren. Ik noem die twijfel aankondiging van ‘de kleine dood’: onderweg in mijn leven zaken en mensen los laten. Beetje sterven. Oefenen in het eindspel.

Ik merk dat ik met mijn eindspel bezig ben. Ik ben vooral een ‘opzetter’. Als kleuter zette ik met dekens circustenten op, was Paul Michielsen directeur en was ik goochelaar en tweede man. Dat ben ik eigenlijk altijd geweest, opzetter en adjunct. Ik ben nog altijd aan het opzetten. Maar dan wel iets bewuster dan als kleuter.

In eerste instantie dacht ik dat ‘doorgeven’ van eminent belang was. Anders zou mijn leven vergeefse moeite zijn geweest. Doorgeven van mijn bijdrage aan de kennis over stotteren. Doorgeven van kennis over moderne gemeenschap. Doorgeven van zorgcirkels. Doorgeven van vaardigheden rondom facilitatie. Doorgeven van ‘eindspel’. Je zou zeggen dat mijn leven nog onvoltooid is. Genoeg te doen. Voorkomen dat ik geen betekenis had. On-zin.
Toen ging ik nadenken over die motieven en bochten. Als er zoiets bestaat als een ‘eindeloos bewustzijn’ (cardioloog van Lommel introduceerde dat concept), dan hoef ik deze bewustzijnsinhouden niet te bewaren of over te dragen door te schrijven en/of te doceren. Die bewuste inhouden zijn dan al opgeslagen in dat eindeloos bewustzijn. Energetisch en automatisch ‘geupload’. Bovendien is er niets ‘van mij’. Wat zou ik? Ik heb in mijn leven hooguit wat onderstreept. Door direct te ervaren, wat de pure betekenis was van concepten die op mijn weg kwamen. Als mentaal mannetje ging ik dat overdenken en testen.

Maar dat willen bijdragen is sterk. Is ook fijn. Creatief. Dan leef ik. Waarom zou ik dat stoppen? Omdat ik ergens ook vind dat mijn leven voltooid is? Ik ben altijd een ‘man van het niet weten’ geweest. Nu meen ik in mijn eindspel iets te weten. Dat we de ziel veronachtzamen. Mag ik daar dan over delen? Heilig moeten? Het voelt dat ik dat doe vanuit vrije discipline. Zo doende ervaar ik van alles. Oud en nieuw. Maar steeds vanuit contact met mijn binnenwereld. Dat is heel nieuw. En heel fijn.

Adriaan
Juni 2018

 

De dood is van jullie, het sterven van mij

Die uitspraak hoorde ik gisteren voor het eerst. In de Nederlandse film ‘een goede dood’, een film gesponsord door de NVVE, de vereniging voor een vrijwillig levenseinde. Ik ben wel intens bezig met ‘dood’. Heb het nieuwe boek van longarts Sander de Hosson, gelezen, het boekje ‘voltooid ’van Bert Keizer twee keer en hem daarna als geïnterviewde bij ‘nooit meer slapen’ gehoord via NPO1. Nog twee boeken tussendoor. En gisteren dus die film. En dat terwijl ik steeds heb gezegd, dat het mij vooral gaat om het gesprek over een heikel onderwerp, bijvoorbeeld over de dood. Ongemerkt word ik Pietje de dood. Een paar jaar geleden was het nog doodstil was rondom sterven. Heden ten dagen is het onderwerp onontkoombaar. Boeken, films, interviews, discussie. Mooi.

Laatst hoorde ik van een landelijk opererende collega, dat hetgeen we met ‘eindspel’ beogen, tamelijk uniek is. De initiatiefnemers van EINDSPEL wilden een paar dingen:

  • Een cyclus gesprekken
  • een veilige groepsgrootte, passend In een huiskamer
  • gelijkwaardig uitwisselen over sterven,en uitvaren en zingeving
  • Zonder deskundigen/belanghebbenden: dan blijft het waardevrij en waardevol.
  • De grondtoon mag lichtvoetig, persoonlijk, openhartig en serieus

Het landelijk platform ‘van betekenis tot het einde’ heeft facilitators opgeleid voor éénmalige gesprekken. Een cyclus EINDSPEL behelst minstens zeven gesprekken. Bovenstaande 5 punten geven de essentie weer. Natuurlijk blijft het mogelijk om speciale groepen samen te stellen, om individuele accenten te leggen, om in te spelen op de actualiteit en vooral…..om in een proces te komen. Het proces van verantwoordelijkheid nemen voor keuzes die in mijn leven opportuun zijn. Stoppen met struisvogelen. Als je wilt. Schrijvende artsen onderstrepen: sterven doe je niet alléén. Praat er tijdig en eerlijk over. Twijfel en niet weten blijven. Reflectie op levenseinde is laveren tussen communicatieve zelfsturing en overgave. Als zeiler vind ik dat heerlijk. Op een natuurlijke manier slim manoeuvreren.

De tiende groep ‘eindspel’ is bijna afgerond. Gaan ze door? Eén deelnemer pleitte in ieder geval voor een vervolgbijeenkomst over een paar maanden. Zij zag scherp dat de meesten in een persoonlijk proces zijn gestapt. Nadenken. Regelen. Los laten. Communiceren. Zorgverklaring terzijde leggen en dan tóch invullen. Of niet. Eigen regie voeren. Mariëtte, een deelneemster van het eerste uur, stelde voor om te stoppen met kiekeboe spelen met het onontkoombare levenseinde. Onder ‘ervaringen’ staat ons interview met haar op deze site, een paar jaar voordat ze overleed. Toen was ze nog gezond van lijf en leden. Ze had een duidelijker beeld van haar uitvaart dan van haar dood. Het sterven liet ze in het midden, haar uitvaart is volgens haar beelden door haar familie vormgegeven. Dat was mooi. En een bevestiging: praten over je persoonlijke levenseinde verrijkt.

De uitvaart was van haar, haar sterven liet ze helemaal los. Ze draaide het om. Dat kan ook. Ze is er in ieder geval op een verantwoordelijke manier mee bezig geweest en gaf haar wensen aan. En daar gaat het bij eindspel uiteindelijk om.

Adriaan
Voorjaar 2018

 

Voltooid leven

vorige week sprak psychiater Boudewijn Chabot hier over zijn boek ‘uitweg’. Daarin beschrijft hij het vraagstuk van zelfeuthanasie. Hij belichtte ook het initiatief van de stichting Laatste Wil en het fenomeen van ‘voltooid leven’. Hij verwees voor dat laatste naar het boek van dr. Els van Wijngaarden, gepromoveerd op een fenomenologische studie naar ‘voltooid leven’. Ik heb dat boek gelezen en vond het schokkend. Ze beschreef voorbeelden van mensen die het voornemen hadden om een eind aan hun leven te maken. Schokkende versimpeling. Soms. Dat vond de schrijfster ook. In haar studie beschrijft ze de motieven van een zeer verscheiden groep ouderen. Soms schokkend pragmatisch. Over en uit. Eigen regie.

De nieuwe regeringscoalitie wil een studie naar het fenomeen voltooid leven. Volgens Paul Schnabel betreft het een zeer kleine groep. Die groep zal snel groeien. De aanzwellende grijze golf heeft veel zelfsturende mensen die zich niet laten ringeloren door betuttelende opvattingen van politici zonder ‘groot, aansprekend verhaal’.

Een groot verhaal, een samenhangende visie op mens zijn, op afhankelijkheid, op zingeving, op verbinding, op leven, op dood en op nog meer. Ik heb veel geleerd van de psychiaters Foudraine, Peck, Schuurman, Yalom en Chabot. Dat lijken toch de wijzen uit het westen. De geneeskundigen met een groter verhaal over de complexiteit van mens zijn.

Ik hoop dan ook dat de studie naar ‘voltooid leven’ vooral uitgevoerd wordt door hedendaagse psychiaters als Chabot, Deneys, Slaets, van der Mast en de (jonge) psychiaters-psychotherapeuten die ik niet ken. Opdat wijsheid de boventoon voert en complexiteit niet vermeden wordt. Want, ja, het is complex.. Waarom laat men zich leiden door levensangst? Door doodsangst? Hoe zit dat met levenswil? Met levenslust? Wat is het wezen van psychotherapie? Wanneer is dat effectief? Ik heb meer vragen dan antwoorden.

Het thema ‘voltooid leven’ krijgt meestal een plek in de huiskamergesprekken EINDSPEL. Maar dat dient dan eerder als aanzet, dan als vraagbaak voor ultieme oplossingen. Die zijn er namelijk niet. Scott Peck heeft het over het biopsychosociospiritueel perspectief. Moeilijk woord dat vooral de complexiteit aangeeft en ook de veelzijdigheid. Het leven is als een diamant…..vele facetten, onlosmakelijk verbonden. Mijn voorstel: laten we vooral verbinden, het ‘niet weten’ uithouden, leven met vragen en blijven bewegen. Onvoltooid tegenwoordige tijd.

 

Elke dag een fijnzinnige ontmoeting

Vanmorgen ontmoette ik Cocky bij de koffie, een stoutmoedige buurtvrouw. En als zo vaak hadden we contact. Ze schreef een woord dat ik gebruikte op in haar notitieboekje. Een fijn gebaar. Het bevestigde: ze luisterde écht. Naar de inhoud én naar meer. Zo werd een alledaagse ontmoeting fijn-zinnig: écht luisteren en écht delen. Elke dag een fijnzinnige ontmoeting. Een gesprekje dat ergens over gaat. Zo ontmoette ik gisteren Maria uit mijn oude buurt. Ik ken Maria niet goed. Ik stapte toch af en vroeg hoe het ging. "goed", was het cliché antwoord. Ik vroeg ietsjes door. Het gaat niet goed met haar man van 65+. Ik weet niet anders dan dat hij sukkelt met zijn gezondheid. Hoezo 'sukkelen'? Sommige mensen hebben geluk met hun lijf, anderen hebben pech. Haar man is zo'n pechvogel. Maar om dat nou meteen 'sukkelen' te noemen. Stoeien dan? Stoeit Kees met zijn gezondheid? Vechten tegen ziekte? Ziekte hoort bij het gangbare leven. Verval ook. Herfst. Nadagen. Eindspel. Kees heeft gesproken over zijn 'eindspel', begreep ik van Maria.

Gisteren gaf ik een peuter een heel groot herfstblad van een lindeboom. Zo'n mooi, groot lichtgroengeel blad. Prachtig verval. Bij het oprapen van een herfstblad kies ik toch voor 'mooi verval'. Een verrot, beschadigd blad laat ik liggen. Niet begerenswaardig. Maar misschien was het ooit mooi. Of nuttig. Of vanaf het begin misvormd. Was het toen ook van waarde?

O ja, het woord wat Cocky opschreef was 'kenschets'. Ik gebruikte dat woord, om filmpjes aan te duiden die we maken over 'gewone mensen' Door zo'n schets leer je jezelf kennen en laat je je ook een beetje kennen. Een schets. Een glimp. Een impressie. Lichtvoetig. Dan blijkt 'de gewone mens' niet te bestaan. Bijzondere kenschetsen. Als je het cliché passeert, is er samenspel. Heerlijk. Een dagelijks ontmoeting wakkert mij aan, bezielt mij. Dank Cocky. Dank peuter.

 

Laveren tussen communicatieve zelfsturing en overgave......

De oude zeiler in mij laveert graag, vooral in onvoorspelbare wateren. Laveren is 'tegen de wind in kruisen'.... al zigzaggend een koers varen die eigenlijk niet kan.... tegen de wind in. De meeste objecten gaan bij tegenwind achteruit of moeizamer vooruit. Fietsen bij tegenwind gaat wel. Zeilen niet. Bij zeilen moet je kruisen, laveren. Je moet voortdurend overstag: het zeil steeds over de andere boeg gooien. Dat is een hele uitdaging, vooral bij forse tegenwind. In mijn leven moet ik ook laveren. Ik moet initiatief nemen. Kansen zien. Actie ondernemen. Proactief zijn. Niet afdwingen en forceren. Op tijd los laten. Overgeven. Wel koers houden.

Leven is laveren tussen sturing geven en 'overgave'...... met de stroom mee gaan én ook moeite doen om zelf koers te bepalen. Geen sinecure. Vooral omdat er geen routeplanner voor 'leven op aarde' is. Wat is mijn koers? Dat wat ik wil? Is dat koers? Wat wil er? Volgens filosoof Arnold Cornelis (1934-1999) heeft ieder mens een uniek bepaald levenspad, het 'logisch verborgen programma'. Door het eigen gevoel te volgen, ontvouwt zich dat pad. In mijn leven ben ik gaan 'overleven' toen mijn ouders geen aandacht meer voor mij konden opbrengen: ze hadden alle aandacht nodig voor het pasgeboren diep zwakzinnige zusje. Deze dramatische wending in hun en in mijn leven heeft gemaakt, dat ik mijn gevoel niet lichtvoetig spelend kon volgen. Cornelis noemt dat 'fatale leerprocessen', waardoor je van het padje kunt raken. Ratio gaat regeren. Volgens mij ga je zé de connectie met je ziel verliezen. Persoonlijke overlevingspatronen worden ontwikkeld en nemen de koers over. Dolen. Daar is niks 'mis' mee, maar zou kunnen maken dat je 'zin' en vervulling mist.

Als we vergeten, dat we ook ziel zijn, gaan we dolen

Dat laveren in onpeilbare wateren komt ook in beeld bij het gesprek over het persoonlijk levenseinde: aan de ene kant is er 'willen' en aan de andere kant het niet zelf kunnen bepalen.

Confessionelen (islamieten, christenen, joden) vinden dat je overlijden sowieso niet moet willen bepalen. Voor gelovigen is het 't goddelijke dat wikt, weegt en bepaalt. Er komen echter meer en meer Nederlanders die niet kerkelijk zijn en dus geen autoriteit of kerkelijk gezag volgen. Zij willen zelf beschikken. Het is mede daarom dat de artsenfederatie KNMG haar leden en alle sterfelijke Nederlanders oproept: praat over je levenseinde! Praat over je sterven. Hoe wil jij sterven? Er komen meer keuzes en er komt een generatie ouderen die zelf wil beschikken. Minder wil volgen.

Dat betekent dus, dat de (communicatieve) zelfsturing krachtiger wordt. Mijn ouders (uit 1927) hadden vooral nog de houding van 'zegt u het maar, dokter of meneer pastoor'. De generatie babyboomers die nu op leeftijd komt, zegt dat niet meer. Zo krijgt het streven van de coöperatie Laatste Wil veel bijval. Het draagvlak voor het beschikbaar stellen van een middel voor zelfeuthanasie is opvallend groot. Dat verwondert me niet echt. Maar daarmee wel komt de overgave in de knel..... éf niet?

Het blijft laveren......

Adriaan Bertens
19 september 2017